Tegelzetten: toen en nu

Tegels met houtlook in plaats van simpele witjes en lijnlasers in plaats van een waterpasslang. In de loop der jaren is er veel veranderd op het gebied van tegelverwerking. Vakmannen Toon Klaassen en Jordy Verhagen weten er alles van. De een is op zijn oude dag nog steeds actief als tegelzetter, terwijl de ander net zijn opleiding heeft afgerond en vol enthousiasme het vak leert onder een baas. Tijd voor een goed gesprek tussen beide mannen.

Toon Klaassen is op zijn leeftijd nog steeds actief als tegelzetter. Vloeren tegelen vindt hij het mooiste wat er is. Jordy Verhagen is in de leer bij een bouwservicebedrijf en is een ster in het tegelen van wanden. ‘Een soort Lego voor volwassenen’, zegt Jordy lachend. Op de vraag wat er de afgelopen jaren in de tegelbranche is veranderd, begint Toon enthousiast te vertellen. ‘Toen ik begon werkte ik voor- namelijk met tegels van 10 bij 10 centimeter. Tegenwoordig zijn tegels veel en veel groter.’ Dat kan zijn collega Jordy beamen. ‘Ik tegel bijna alleen maar met wandtegels van 30 bij 60 centimeter. Die maat is nu erg in, maar dat is over twintig jaar weer anders.’ Op het gebied van smaak is er de afgelopen jaren veel veranderd, vertelt Toon. ‘Vroeger had je de keus uit witte, zwarte of ivoorkleurige tegels, maar tegenwoordig heb je tegels met voelbare houtnerven of een betonlook. Een badkamer bestond voorheen uit vier wanden, maar nu heb je een opstapje hier en een nisje daar.’

“Vroeger legde ik alle tegels in specie, want we hadden geen lijm’

Inwassen en afsponsen

‘Vroeger legde ik alle tegels in specie, want we hadden geen lijm. Ik heb nu nog steeds een hekel aan lijmen, maar het kan vaak niet anders’, gaat Toon verder. De jonge vakman is anders gewend. ‘Wij lijmen bijna alles en dat gaat veel sneller’, vertelt Jordy. ‘Dat klopt’, aldus Toon. ‘Als ik vroeger een wand van tien meter in de specie moest zetten, was ik daar een hele dag mee bezig. Voor het inwassen van de tegels gebruikte ik lange tijd een pap van cement, zilverzand en water. We gooiden het over een tegelvloer en dan trokken de voegen zich vol. Daarna gooiden we er nog een keer droog zilverzand, cement en zaagmeel overheen en dan konden we de vloer afpoetsen. Dat gaat dan weer sneller dan nu’, zegt Toon. Zijn jonge buurman knikt instem- mend. ‘Wij werken alleen maar met kant-en-klaar voegmiddel. De tegels moeten na het voegen grondig worden schoongemaakt, anders blijf je cementsluier zien. Ik moet een vloer minstens drie keer afsponsen om een mooi resultaat te krijgen. Een tijdrovende klus, maar het voordeel is dat je strakkere voegen krijgt’, aldus Jordy.

Waterpasslang

Tegenwoordig heb je veel hulpmiddelen om de tegels strak te zetten. Toen Toon begon hadden ze daar hun eigen trucjes voor. ‘Ik gebruik nog steeds vaak een waterpasslang in plaats van een lijnlaser, waardoor je zeker weet dat je waterpas werkt.’ Jordy luistert met verbazing en vult aan. ‘Er zijn veel hulpmiddelen, maar uiteindelijk moet je het zelf doen.’ Daar is Toon het mee eens. ‘Vroeger hadden we al die hulpmiddelen niet en begonnen we gewoon met tegelen. Het was niet erg als je niet helemaal netjes uitkwam in de hoek. Nu zou ik dat nooit meer zo doen en zorg ik dat een tegelwand symmetrisch is.’

Mondkapjes en veiligheidsbrillen

Als het om veiligheid gaat, is er een duidelijk verschil tussen de mannen. ‘Ik heb nooit kniebeschermers om gehad en lag vroeger met mijn knieën in de natte specie. Nu heb ik last van versleten knieën. Een echte tegelzetterskwaal’, vertelt Toon. Dat de opleidingen en tegelbranche nu beter letten op veiligheid weet Jordy als geen ander. ‘Ik was verplicht een certificaat te halen, waarmee je aantoont veilig te werken. Als ik een tegel moet slijpen, doe ik een mondkapje voor om te voorkomen dat ik fijnstof inadem. Ik probeer mezelf aan te leren om op de juiste manier te tillen en ik heb oordoppen en een veiligheidsbril. Ik probeer mijn gezondheid optimaal te houden.’ Toon vindt het verstandig, maar begint er niet meer aan. ‘Ik heb nooit oordoppen in. Het is niet goed te praten, maar toen ik begon werd daar niet op gelet.’

Het vak is de afgelopen jaren erg veranderd. Toon heeft het onder zijn neus zien gebeuren. ‘Toen ik begon waren er in Eindhoven ongeveer vijf tegelzetbedrijven. Nu lijkt er op elke straathoek wel een tegelzetter te zitten’, vertelt hij. Jordy herkent dat, maar gelooft in zijn eigen kracht. ‘Als je handig bent, kun je zelf een wand tegelen, maar het netjes krijgen is een ander verhaal.

Ik ben ervan overtuigd dat mensen uiteindelijk toch voor kwaliteit kiezen. Ik hoop dat ik in de toekomst een eigen zaak heb en dat ik op mijn 71e nog hard kan werken.’ Toon geeft hem nog een laatste advies. ‘Plezier in het vak hebben, is het belangrijkste wat er is. Ik zou je ogen en oren goed de kost geven. Investeer in goed gereedschap en ga niet voor een paar euro werken. Dan kom jij er wel!’

 


Naam: Toon Klaassen (71)
Bedrijf: Klaassen Klusbedrijf
Werkt sinds: 1960 in de tegelbranche

‘Ik ben mijn werkzaamheden aan het afbouwen, maar dat is moeilijk voor mij. Ik heb nog veel plezier in het tegelen, al laten mijn versleten knieën dat niet altijd meer toe.’

Mooiste klus: ‘Een tegeltableau aan de voorgevel van een bungalow in Drunen. Ik ben er lang mee bezig geweest, maar het resultaat was erg bijzonder.’


Naam: Jordy Verhagen (19)
Werkt sinds: 2014 in de tegelbranche
Werkt als: Allrounder bij Fritz Bouwservice
Website:www.klusenonderhoudswerken.nl

‘Ik wil eerst een paar jaar het vak leren onder een baas. Als ik genoeg heb gespaard en kan investeren in goed gereedschap ga ik voor mezelf beginnen.’

Mooiste klus: ‘Ik heb een badkamer betegeld met houtnerf tegels, afgewisseld met mozaïekstrips met boomschorsmotief. Een hele uitdaging, maar met een geweldig resultaat.’


Meer lezen